Kluizenaarsdagen

Soms heb ik het gevoel dat ik langzaam aan het sterven ben. Langzaam naar iets anders transformeer. Dat ik keer op keer mezelf teleurstel, omdat ik niet meer wil zijn wat/wie ik was, maar wil zijn wie ik ben. Paradoxaal, maar heel waar en toch ongrijpbaar. Als je altijd blijft leren en jezelf blijft ontwikkelen tot iets wat het dichtste bij wie je werkelijk bent uitkomt, wat is dan het einde? Wat betekent de dood dan? Beetje zonde van al dat harde werk of toch niet?

Ik heb soms van die dagen. Dagen die me niet kort genoeg kunnen duren. Dagen dat ik helemaal alleen wil zijn. Kluizenaarsdagen noem ik ze sinds kort. Voor iemand die niet graag alleen is, werken deze dagen heel therapeutisch. Zonder het gevoel van deze extreme eenzaamheid kan ik ook niet zo veel genieten van een avond vol vrienden en bekenden en lol. Zonder zus geen zo. Zonder slaap geen slapeloosheid. 

Ik moet hier even weg, niet voor lang, maar gewoon voor even. Al wil ik het geen moetje noemen, ik doe het toch. Gewoon, om mezelf de kans te geven mezelf teleur te stellen.

Standaard

Welterusten, mooie pixel!

Door mijn belachelijke ritme van de afgelopen dagen werd ik een uur geleden (het is nu bijna 5am) wakker. Met niemand in de buurt om tegenaan te kruipen of om mee te filosoferen, besloot ik m’n Facebook wall maar eens door te scrollen en ik stuitte op een klein juweeltje, een gigantische afbeelding van ons planetenstelsel vanaf de zon tot aan pluto, waarbij onze maan 1 pixel was en de rest naar verhouding op schaal.

Alle pixels van de zon, de planeten en bijbehorende manen hadden makkelijk op 1 schermpje gepast, maar ik heb er zeker een half uur over gedaan om van de zon helemaal tot pluto te komen, wat nog best snel is gezien de gereisde afstand (bijna 40 x 150 miljoen km). Het grootste gedeelte van m’n digitale reis, met m’n  rechterduim als reisleider, was ik snellende door een eenzame, donkere leegte.

Het melkwegstelsel is nog geen pixeltje in het gehele universum en wij mensen zijn in dit geheel al helemaal tot een onzichtbaar stipje gedecimeerd.

Er valt zo veel over te zeggen en nog zo veel meer over te denken. Tegelijkertijd is alles wat we erover kunnen zeggen en denken zo nietszeggend en significant tegelijk. Gelukkig zegt een zo’n plaatje meer dan deze nachtelijke woorden.

Ik zou willen dat ik er wat zinnigs over te zeggen had! Welterusten, mooie maan!

Standaard

Gevangen in oneindigheid l

Ik weet niet hoe lang ik hier inmiddels al ben. In dit oneindige doolhof vol afschuwelijke gedrochten. De ene nog lelijker dan de ander. Waar komen ze toch allemaal vandaan? Ze lijken me aan te kijken, alsof ze me ergens van kennen. Alsof ik degene ben, waardoor ze hier zitten. Maar wat doe ik hier? Ben ik misschien de bewaker van deze verschrikkelijke wezens? Een soort poortwachter die er voor moet zorgen dat ze niemand anders bereiken en voor altijd veilig weggestopt blijven. 

Het is hier donker en vochtig, maar niet koud. Eerder een tikje te warm en er hangt een bijna ongrijpbaar gevoel van onbegrip. Alsof niets, niemand weet waarom ze hier vast zitten. Angstig en zwetend zoek ik naar een klein beetje hoop. Een klein beetje licht of een plekje waar ik me veilig durf te voelen. Hoe lang ben ik hier al? Aan m’n zweet doordrenkte shirt te merken wel al een flinke poos, maar dan zou ik me toch moeten herinneren hoe en wanneer ik hier terecht ben gekomen. Misschien ben ik, verstrikt in diepe gedachten, verdwaald geraakt tijdens m’n dagelijkse wandeling door de nacht. Heerlijk vind ik dat, even de dag doornemen en m’n hoofd leeg maken. Maar dan zou ik de plek toch moeten herkennen. Angsten nemen me weer over en ik zie in het donker iets glibberigs van me af bewegen. Ik zie een vage schim zich langs de zijkant van een lichte muur verplaatsen en ik ruik een lucht alsof ik in een ouderwetse stoffige slaapkamer ben. Helaas is dit niet het geval en zijn de gangen waar ik in loop breed en lijken ze zonder enige structuur uit te komen in weer nieuwe leegtes. Het glibberige gedaante lijkt zijn snelheid aan te passen aan die van mij en ik matig m’n pas om me vervolgens om te draaien en een willekeurige zijgang in te snellen. Het leek geen mens te zijn, maar wat is het dan wel? Op zoek naar antwoorden voel ik in mijn broekzak.
 
Het enige dat ik vind is een pen. 

 

Standaard